Bijlagen

Bijlage 1

Samenstelling werkgroep Connect blauwdruk voor post acute opname polikliniek

Karin Arkenbout, cardioloog AMC,  Amsterdam en Tergooi , Hilversum

Joyce van Benthem-Ras, physician assistant cardiologie Maasstadziekenhuis, Rotterdam

Annet Bos-Schaap, verpleegkundig specialist cardiologie MCA, Alkmaar

Silvy Dekker, physician assistant cardiologie Maasstadziekenhuis, Rotterdam

Esther Dijkstra, gespecialiseerd verpleegkundige hartbewaking Tergooi, Hilversum

Jessica Fischer, gespecialiseerd verpleegkundige hartbewaking Tergooi,  Hilversum

Anne-Margreet Strijbis, relatiemanager zorg De Hart&Vaatgroep/Hartstichting, Den Haag

Angela Nieuwveld, operationeel leidinggevende/verpleegkundig specialist Leef- en beweegcentrum Isala, Zwolle

Annemiek Vredenburg-Jimmink, verpleegkundig specialist MCA, Alkmaar

Karin Westra, projectcoördinator NVVC Connect, Utrecht

Eelkje Wolf, verpleegkundig specialist St. Antonius ziekenhuis, Nieuwegein

Bijlage 2

Acuut Coronair Syndroom is een veel voorkomende aandoening die ondanks enorme medische vooruitgang nog steeds veel sterfte veroorzaakt. Het programma ‘Optimale zorg bij Acute Coronaire Syndromen’ was een onderdeel van het landelijke VMS veiligheidsprogramma. Binnen dit programma zijn indicatoren ontwikkeld. De indicatoren zijn opgenomen in de ACS registratie van de NCDR*.

VMS Indicatoren

  • Bij 90% van de patiënten start binnen 90 minuten na eerste (para)medisch contact de PCI(dotter) behandeling.
  • Bij ten minste 90% van de patiënten met IAP/NSTEMI is de Grace score gedocumenteerd.
  • Ten minste 90% van de patienten heeft de Golden V medicatie voorgeschreven gekregen bij ontslag: aantal patiënten met ACS dat bij ontslag alle vijf medicijnen uit de bundel voorgeschreven heeft gekregen.
  • Alle patiënten met een hartinfarct die in aanmerking komen voor hartrevalidatie, volgen een revalidatieprogramma.

*De National Cardiovascular Data Registry (NCDR) is opgericht door de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie. De NCDR ziet het als haar taak om de kwaliteit van zorg voor de patiënt met hart- en vaatziekten te helpen verbeteren. Dit gebeurt door het opzetten, implementeren en beheren van landelijke databases. Deze databases bevatten gegevens over de incidentie en prevalentie van uiteenlopende cardiovasculaire aandoeningen. Daarnaast zijn de databases ingericht ten behoeve van het registreren van aantallen en uitkomsten van uiteenlopende procedures uitgevoerd in verband met deze cardiovasculaire aandoeningen

Bijlage 3

Positionering van de allied professional

De Verpleegkundig Specialist (VS) en Physician Assistant (PA) zijn zorgprofessionals die sinds 2012 wettelijk als (mede) behandelaar kunnen worden ingezet in trajecten zoals het ACS traject. Het NVVC document 'Taakherschikking in het hart van de zorg' doelt met de 'allied professional' op de VS en PA en stelt dat de cardioloog op elk gewenst moment beschikbaar dient te zijn voor overleg met de allied professional. De VS en PA functioneren als zelfstandig beroepsbeoefenaar binnen bevoegdheid en bekwaamheid. Waar (be)handelingen buiten de bekwaamheid vallen dient te allen tijde overlegd te worden met de cardioloog. Hierdoor wordt gezorgd dat kwaliteit van cardiologische zorg continu gegarandeerd kan worden. De allied professional is bevoegd zelfstandig voorbehouden handelingen te indiceren, verrichten en hiertoe opdracht te geven. Deze handelingen moeten een beperkte complexiteit hebben, routinematig zijn en uitgevoerd worden volgens de landelijk geldende richtlijnen. Bij voorbehouden handelingen moet er worden voldaan aan de volumenormen van de NVVC; dit geldt zowel voor de cardioloog als de allied professional. In opleidingsziekenhuizen mag de taakherschikking tevens niet ten koste gaan van het aantal procedures die de AIO ( arts-assistent in opleiding) moet verrichten in het kader van zijn opleiding. Dit betekent dat per ziekenhuis beoordeeld moet worden of het mogelijk is om invasieve ingrepen door de allied professional te laten verrichten. Te allen tijde dient er duidelijkheid te zijn over de functie van de allied professional voor medewerkers in de gezondheidszorg maar ook voor de patiënt. Aan de patiënt zal altijd duidelijk de taak en functie van de allied professional moeten worden uitgelegd en de rolverdeling. Tevens is het van belang dat er duidelijkheid is over de rol van de cardioloog in het traject en de rol van de allied professional. Duidelijke afspraken dienen te worden gemaakt.

Polikliniek:

  1. Zorg voor specifieke patiëntencategorieën; bijvoorbeeld hartfalen, post-infarct, post-CABG, TVI-patiënten, atriumfibrilleren
  2. Nieuwe patiënten met een gespecificeerde klacht; bijvoorbeeld angina pectoris, palpitaties. Een protocol dient beschikbaar te zijn, zodat de allied professional volgens deze richtlijnen kan werken.

Afdeling:

  1. Zorg voor specifieke patiëntenpopulatie; bijvoorbeeld op de dagbehandeling de zorg voor patiënten, die komen voor hartkatheterisatie, PCI, EFO, ablatie.
  2. Zorg op de afdeling cardiologie (eerste harthulp, CCU, afdeling) voor specifieke patiënten categorieën, bijvoorbeeld postinfarct patiënten, patiënten die een pacemaker of ICD krijgen geïmplanteerd. Echter ook de dagelijkse visite onder supervisie van de medisch specialist.

Financiën

De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft per 1-1-2015 de regels aangepast en het aantal zorgverleners dat een DBC in rekening mag brengen uit te breiden met de physician assistant en de verpleegkundig specialist. Door de regelgeving rond de registratie en declaratie van DBC’s uit te breiden met de betreffende beroepsgroepen sluit de registratie- en declaratieregelgeving aan bij de wijziging van de wet BIG, waarin per 1-1-2012 deze beroepsgroepen zelfstandig voorbehouden handelingen mogen indiceren en uitvoeren. Voor meer informatie klik hier.

Bijlage 4

Empowerment en ondersteunen zelfmanagement

Empowerment is op te vatten als “een doorgaand versterkingsproces waarbij men vanuit erkenning van de eigen kwetsbaarheid gefocussed blijft op de eigen kracht en potentie”. Resultaat is dat de patiënt weer eigen regie krijgt over het leven en er dus een balans is gevonden tussen dat wat de ziekte vraagt en het leven dat hij/zij wil leiden.

In de gezondheidszorg wordt vooral de term zelfmanagement gebruikt. Zelfmanagement is het zodanig omgaan met de chronische aandoening (symptomen, behandeling, lichamelijke, psychische en sociale consequenties en bijbehorende aanpassingen in leefstijl) dat de aandoening optimaal wordt ingepast in het leven. De begrippen empowerment en zelfmanagement komen in principe voor patiënten op hetzelfde neer.

In de acute fase en kort daarna is er nog weinig ruimte voor empowerment en zelfmanagement. De patiënt focust op herstel (medisch) en bijkomen van de schrik (verwerking). In het post-infarcttraject kan echter een belangrijke basis gelegd worden door goede informatie en opvang. Zo wordt de patiënt toegerust en vertrouwd gemaakt met zijn rol als medebehandelaar én regisseur. Een rol die hij gaandeweg meer kan gaan oppakken: zoals in de hartrevalidatie en in de eerstelijnszorg. Uiteraard naar vermogen en wens van de patiënt1.

Hieronder volgt een opsomming van inzichten op het terrein van voorlichting en begeleiding ter ‘empowerment’ van de patiënt.

  1. Attitude van de zorgverlener: gelijkwaardigheid, respect, vertrouwen
  2. Maatwerk
  3. Rekening houden met de fase in het aanpassingsproces
  4. Zorgproces dat zelfmanagement bevordert: zoals samen agenda consult bepalen
  5. Gedeelde besluitvorming (shared decision making)
  6. Eerste aanzet naar individueel zorgplan
  7. Wees duidelijk over de organisatie: wie hoofdbehandelaar, wie coördinator
  8. Informeren over zorg die de 1e lijn biedt
  9. Effectieve voorlichting
  10. Ask-tell-ask principe
  11. De belangrijkste informatie op schrift meegeven

Voor empowerment en ondersteunen van zelfmanagement is goede scholing nodig, zoals motivational interviewing. Een jaarlijkse herhalingstraining motivational interviewing is aan te bevelen. In de scholingsagenda van VS en PA zijn verschillende aanbieders te vinden zijn met geaccrediteerde scholingen(Verpleegkundig SpecialistenPhysician Assistants)
.DeHartVaatgroep
Bijlage 4 is geschreven door De Hart&Vaatgroep

1 Een uitgebreide versie van bijlage vier vindt u hier bij NVVC Connect en ook op de website van De Hart&Vaatgroep.

Bijlage 5

Brochures van de Hartstichting/De Hart&Vaatgroep 

AP/postinfarct

Angina pectoris

Hartcatheterisatie

Een hartinfarct en dan

Bypass

Dotter/stent

Vrouwen en hart en vaatziekten

Folder: Hartrevalidatie helpt!

Brochure: Hartpatiënt? Blijf actief!

Intimiteit en seksualiteit na een hartaandoening

Cardiovasculair risicomanagement

Eten naar hartenlust

Bewegen doet wonderen

Stoppen met roken (ook via http://www.rokeninfo.nl/publiek)

Hoog cholesterol

Hoge bloeddruk

Overgewicht

Diabetes

Aanpak van risicofactoren voor hart- en vaatziekten. Wat kunt u doen. Wie kunnen u helpen. (Patiëntenversie van de zorgstandaard CVRM).

Individueel zorgplan Vitale Vaten.

Medicijnen

Leeft u met een hart- of vaatziekte of heeft u een hoog risico daarop?

Zelfmanagement, meer regie: tips voor mensen met een hart- of vaataandoening

Hart- en/of vaataandoeningen & zelfmanagement

Voor zorgverzekeraars, beleidsmakers en zorgverleners: De Hart&Vaatgroep heeft kwaliteitscriteria ontwikkeld onder meer op terrein van cardiovasculair risicomanagement en hartrevalidatie. Een compleet overzicht is hier te vinden. In 2015 worden kwaliteitscriteria ontwikkeld voor de zorg na een hartinfarct.

Reacties op brochures kunnen altijd gemaild worden naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

NVVC Connect